Reactie VEA op het Test-Aankoop onderzoek over het EPC

Test-Aankoop deed in maart een onderzoek naar het EPC in België (lees ons artikel ‘Test-Aankoop vindt het EPC onderbenut‘). Test-Aankoop vergeleek onder andere de prijzen van EPC’s in de 3 gewesten. Test-Aankoop gaf ook aanbevelingen voor aanpassingen aan het EPC die de overheid in de toekomst zou moeten doorvoeren.

Het VEA1 gaat niet volledig akkoord met de analyse van Test-Aankoop. Hieronder kan je het standpunt van het Vlaams Energieagentschap lezen met betrekking tot de Test-Aankoop analyse.

In maart 2012 verscheen een artikel in Test-Aankoop waarbij de diensten van een aantal energiedeskundigen bij de opmaak van een EPC in de drie gewesten werden vergeleken.

Test-Aankoop selecteerde vijf woningen: twee in Vlaanderen, twee in Wallonië en één in Brussel. Per woning werden vijf energiedeskundigen gecontacteerd. Het VEA heeft enkele belangrijke kanttekeningen bij het artikel.

Het vergelijken van prijzen, de tijd nodig voor de opmaak van het EPC en de waarden van het kengetal tussen de drie gewesten, is weinig zinvol aangezien in ieder gewest een verschillende methodologie en software worden gebruikt.

De vuistregel die door Test-Aankoop wordt meegedeeld om het werkelijk energiegebruik te berekenen uit het EPC, is een zeer ruwe benadering, die zeker in het geval van gebruik van elektrische verwarming of elektrische sanitair warm water niet zal kloppen.

Het VEA wenst op te merken dat het EPC niet als doel heeft om het werkelijke energiegebruik weer te geven. Het doel van het EPC is om de energetische prestaties van woongebouwen met elkaar te vergelijken in standaardomstandigheden. Omwille van de grote invloed van het gebruikersgedrag, zullen het theoretisch berekend energieverbruik en het werkelijk energieverbruik afwijken.

In tegenstelling tot wat Test-Aankoop stelt, heeft de consument wel degelijk inzicht in zijn eigen dossier. De eigenaar kan deze gegevens in eerste instantie opvragen bij de energiedeskundige. In tweede instantie kan het VEA deze gegevens ter beschikking stellen. Daarnaast is een snelle aanpassing van het EPC nu al mogelijk. Als dezelfde energiedeskundige of een energiedeskundige die werkt voor dezelfde rechtspersoon het EPC aanpast dan kunnen de invoergegevens zonder problemen worden hergebruikt.

Tot slot suggereert Test-Aankoop om van het EPC een echte energieaudit te maken. Dit is echter om diverse redenen niet zinvol. Eerst en vooral hebben het EPC en een energieaudit een verschillend doel. Het EPC heeft als basisdoel de woningen op een objectieve manier met elkaar te vergelijken. Het is dan ook van groot belang dat de resultaten reproduceerbaar, maar ook vergelijkbaar zijn. Dit kan alleen als het EPC volgens een strikte werkwijze wordt opgemaakt en als het gebruikersgedrag niet in rekening wordt gebracht. De energieaudit daarentegen heeft als doel op maat van de gebruiker aanbevelingen te geven om het werkelijke energieverbruik te verminderen. Daar waar men in het geval van het EPC in standaardomstandigheden, dus met een fictieve gebruiker, de berekeningen dient uit te voeren, dient men bij een energieaudit bij voorkeur op basis van reële verbruiken te werken.
Daarnaast zijn de aanvragers van het EPC en de energieaudit fundamenteel verschillend. Een EPC wordt aangevraagd door de eigenaar die zijn woning wenst te verkopen of te verhuren. Meestal is deze niet geneigd om nog veel maatregelen door te voeren, zeker niet in het geval van een verkoop. De energieaudit heeft als doel de investeerder te ondersteunen bij het nemen van beslissingen.
Wel kan een deel van de gegevens, die in het kader van de opmaak van een EPC werden geïnventariseerd, worden hergebruikt voor een maatwerkadvies (zie EAP).

1VEA: Vlaams Energieagentschap; het overheidsagentschap bevoegd voor het EPC in Vlaanderen.

Bron: VEA